Follow FrankTwisk on Twitter  
   

 

 

 

 

Proefschrift Sunnquist:

Verklaringsmodel Vercoulen (NKCV)

grotendeels onjuist of onbewezen

 

 

 

 


 

 

Zoals eerder ook al door Song en Jason en van Houdenhove ook al werd geconstateerd,

is het (bio)psychosociale verklaringsmodel van Vercoulen en collega's van het NKCV,

waarin cognities (overtuigingen) en gedrag de "aandoening CVS" in stand houden,

grotendeels op drijfzand gebaseerd en/of onbewezen (als het gaat om oorzaak en gevolg).

 

Het eerste deel van het proefschrift van Sunnquist richt zich met name op

grote methodologische tekortkomingen van het "verklaringsmodel" van het NKCV:

  1. Het model is gebaseerd op onderzoek onder mensen met "chronische vermoeidheid"
  2. (gedefinieerd volgens de Oxford-criteria), niet op mensen met CVS, laat staan mensen met ME.

  3. de (subjectieve) maatstaven (vragenlijst-scores) zijn zo nauw met elkaar verweven
  4. dat die scores automatisch een (statistisch) verband met elkaar hebben.

  5. Vercoulen e.a. hebben een verband vastgesteld en dat "vertaalt" in "oorzaak-gevolg-relaties".
  6. De grootte van de streekproef (n=51) is, zeker gezien het aantal verbanden, veel te klein.

Sunnquist onderzocht de verbanden tussen "gedragsmatige elementen" uit het Vercoulen-model en "vermoeidheid" en "beperkingen" in een groep van 990 mensen met "ME", ME/CVS, CVS, etc.

 

Alhoewel het hier ME een geheel eigen, "van alles wat" invulling van de Ramsay-criteria betreft,

is het opvallend dat slechts 21% aan de strengere "ME-volgens-Jason"-criteria,

45% aan de Canadese richtlijnen voor ME/CVS voldeed en 22% aan de diagnosecriteria voor CVS.

 

Zoals hieronder (in oranje) weergegeven, zijn de oorzaak-gevolg-relaties in het model onbewezen.

Daarvoor zou men langere tijd de relatie tussen een "oorzaken" en "gevolgen" moeten onderzoeken.

 

Daarnaast stelde Sunnquist vast dat er geen verband is tussen "causale attributies" en "vermoeidheid"

en dat de relatie tussen "inactiviteit" en "functionele beperkingen" zwakker wordt,

naarmate de diagnosecriteria strenger worden: ME-patiŽnten doen verhoudingswijze te veel.

 

Ook stelde zij vast dat post-exertionele "malaise" (5 scores op een vragenlijst)

een sterk verband heeft met "vermoeidheid", "beperkingen" en "inactiviteit" (de ernst van de ziekte).

 

 

 

 

 

 

 

Na "optellen en aftrekken" blijft het onderstaande "model" over:

 

 

 

 

 

Post-exertionele "malaise" houdt nauw verband met "vermoeidheid", "beperkingen" en "inactiviteit".

 

Causale attributies (het toeschrijven van de symptomen aan een fysiologische afwijkingen)

zijn (waarschijnlijk terecht) sterker naarmate de symptomen ernstiger zijn, en

de invloed van "sense of control" en "focusing on symptoms" op de "symptomen" is onbekend.

 

Wellicht kunnen we met deze conclusies definitief afscheid nemen van het (bio)psychosociale verklaringsmodel en bijbehorende "therapieŽn: CGT en GET) en overgaan tot de orde van de dag:

zoeken naar biologische oorzaken en therapieŽn gericht op de afwijkingen in ME, ME/CVS en CVS.

 

 


 

A reexamination of the cognitive behavioral model of chronic fatigue syndrome: Investigating the cogency of the modelís behavioral pathway.

Madison Sunnquist, DePaul University

 

July 26, 2016

Department of Psychology

College of Science and Health

DePaul University Chicago, Illinois

 

Date of Award Fall

11-22-2016

Degree Type

Thesis

Degree Name

Master of Arts (MA)

Department

Psychology

First Advisor

Leonard A. Jason, PhD

Second Advisor

Molly M. Brown, PhD

 

 

 

Cognitive behavioral theories of chronic fatigue syndrome (CFS)

assert that cognitions and behaviors perpetuate the fatigue and impairment

that individuals with CFS experience (Wessely, Butler, Chalder, & David, 1991).

 

Vercoulen and colleagues (1998) utilized structural equation modeling

to empirically develop a cognitive behavioral model of CFS.

 

The resulting model indicated that

attributing symptoms to a physical cause, focusing on symptoms, and

feeling less control over symptoms were associated with increased fatigue.

 

Additionally, individuals who attributed symptoms to a physical cause

reported lower activity levels and more fatigue and impairment.

 

However, in an attempt to replicate this model,

Song and Jason (2005) demonstrated that the model displayed inadequate fit statistics for

a well-characterized group of individuals with CFS;

the model resulted in appropriate fit for individuals with chronic fatigue from psychiatric conditions.

 

Despite uncertainty surrounding the modelís validity,

it continues to be cited to support the application of

cognitive behavioral and graded exercise therapies to individuals with CFS (White et al., 2011).

 

The current study utilized second-stage conditional process modeling (i.e., moderated mediation)

to reexamine the behavioral pathway of the Vercoulen et al. (1998) model.

 

This pathway is characterized by

the association among causal attribution for symptoms, activity level, and fatigue and impairment.

 

The use of a large sample allowed for a robust examination of the pathway, and

moderators isolated potential factors that contributed to previous studies' discrepant results.

 

Findings were generally inconsistent with the Vercoulen et al. (1998) model.

 

Results indicated that individuals did not reduce their activity level due to illness beliefs.

 

Although activity level and impairment were significantly correlated,

this correlation decreased as case definition stringency increased.

 

Furthermore, a canonical correlation analysis demonstrated that

activity level, impairment, and fatigue could be conceptualized as indicators of illness severity.

 

Rather than implicating activity level as the cause of fatigue and impairment,

the relation among these variables may be due to

their shared association with the latent construct of illness severity.

 

This study represents the second attempt to replicate the Vercoulen et al. (1998) model;

neither the Song and Jason (2005) nor the current study

resulted in findings consistent with the original model.

 

As this model provides the theoretical foundation for

cognitive behavioral and graded exercise treatments for ME and CFS,

these failed replication attempts support

patient-expressed concerns about the appropriateness and efficacy of these treatments.

 

 

 

http://via.library.depaul.edu/csh_etd/193

 

http://via.library.depaul.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1200&context=csh_etd

 

 


 

Met dank aan Manja, die mij attent maakte op het bestaan van het proefschrift, en

Madison Sunnquist, voor de controle van de juistheid van bovenstaande afbeeldingen.