Channelopathie:

 

Een beknopte samenvatting van

de "RNAse-L-/channelopathie-theorie"

van de Meirleir (en anderen)

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

Stap 1: infektie

 

Een ziekteverwekker aktiveert het immuunsysteem.

 

Stap 2: reaktie van het afweersysteem

 

Het afweersysteem gaat reageren, onder meer door het produceren van:

 

   RNAse-L (enzym dat het genetisch materiaal van de ziekteverwekker “verteert”)

   Elastase (enzym dat de ziekteverwekker moet “doden”)

     Caspase (enzym dat geďnfekteerde cellen tot zelfmoord aanzet)

 

Stap 3: kannibalisme

 

Het resultaat van stap 1 en 2 is:

  1. Pathogenen (bijv. mycoplasma’s) die door het afweersysteem uitgeschakeld zijn,
  2. Pathogenen die het afweersysteem blijven aktiveren, mede omdat zij onherkenbaar zijn en
  3. RNAse-L-fragmenten:
  4. omdat proteasen (eiwitsplitsende enzymen) het "gewone" RNAse-L-eiwit opsplitst. 

Stap 4: channelopathie

 

Aangezien de RNAse-L-fragmenten kwa samenstelling

sterk overeenkomen met specifieke "vervoersmiddelen" (ABC-transporters)

worden specifieke toegangs- en uitvalswegen geblokkeerd.

De RNAse-L-fragmenten "pikken" de ABC-transporters "in" ("zwartrijders").

 

Hierdoor kan de cel bepaalde "voedingsstoffen" niet aanvullen (bijv. magnesium)

en bepaalde "afvalstoffen" niet afvoeren.

 

Door deze blokkade wordt de cel ernstig belemmerd in zijn funktioneren (channelopathie).

 

 

 

 

 

RNAse-L-fragment, bron: VPRO/Noorderlicht