Follow FrankTwisk on Twitter  
   

 

 

 

 

Jason:

zes 'ME/CVS'-

patiŽntensubgroepen.

What about ME?

 

 

 

 


 

 

 

Een statistische analyse van prof. Leonard Jason en anderen

van 12 'nevensymptomen' van 1.120 patiŽnten met 'ME/CVS'

(vermoeidheid, post-exertionele 'malaise', cognitieve symptomen en onverfrissende slaap)

levert de volgende zes patiŽntensubgroepen op:

  1. patiŽnten die naast de vier 'kernsymptomen' ook (vrijwel) alle 'nevensymptomen' ervaren,
  2. patiŽnten die (vrijwel) geen enkel 'nevensyptoom' melden,
  3. patiŽnten die naast de vier 'kernsymptomen'

    vooral gastro-intestinale symptomen, zoals buikpijn en opgeblazen gevoel, ervaren,

  4. patiŽnten die naast de vier 'kernsymptomen' vooral symptomen
  5. gerelateerd aan bloedcirculatiestoornis(sen), bijv. koude handen/voeten, ervaren, en
  6. patŽnten die naast de 'kernsymptomen' gastro-intestinale en circulatiesymptomen ervaren.

Vreemd genoeg, of eigenlijk helemaal niet gezien de definitie van 'ME/CVS',

levert deze symptoomanalyse niet ťťn patiŽntensubgroep met ME op.

 

ME wordt (primair) gedefinieerd op basis van abnormaal snel intredende 'spiermoeheid'/lang aanhoudende spierzwakte na een minieme fysieke inspanning en neurologische symptomen.

 

Drie van de vier 'kernsymptomen' van 'ME/CVS' op basis waarvan patiťnten geselecteerd werden

(vermoeidheid, post-exertionele 'malaise', cognitieve symptomen en onverfrissende slaap)

komen helemaal niet voor in de laatste formele definities van ME (klik hier),

terwijl circa een kwart van 420 patiŽnten geen cognitieve symptomen ervaart (klik hier, tabel 2).

 

Een gemiste kans (zeker gezien de steekproefgrootte). De zoveelste.

 

 


 

 

 

Latent class analysis of a heterogeneous international sample of

patients with myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome.

Huber KA, Sunnquist M, Jason LA.

Fatigue: Biomedicine, Health & Behavior. 2018 Jul 4.

doi: 10.1080/21641846.2018.1494530.

 

 

Abstract

 

Background:

 

Individuals with myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome (ME/CFS)

routinely display differences in symptomatology,

as well as illness course, onset, duration, and functional disability.

 

Given such diversity,

previous work has attempted to identify symptom-based ME/CFS subtypes.

 

However, results have been inconsistent.

 

 

Purpose:

 

This study sought to elucidate potential subtypes of ME/CFS

as well as explore the impact of subtype membership on health functioning.

 

 

Methods:

 

Twelve non-core (i.e. less frequently endorsed) symptoms

were included in a latent class analysis of 1,210 adults with ME/CFS.

 

Demographic and illness-related predictors of class membership

were evaluated with a multinomial logistic regression.

 

ANOVAs were then performed

to determine if there were significant differences across class on

the eight subscales of the Short-Form Health Survey (SF-36).

 

 

Results:

 

A six-class solution was selected, which consisted of

one class that was likely to endorse all non-core symptoms,

one class that was unlikely to endorse any non-core symptoms, and

four classes that were likely to endorse either one or two non-core symptom domains

(i.e. circulatory/neuroendocrine impairment, orthostatic intolerance, and gastro-intestinal distress).

 

Significant functioning differences by class were present for all SF-36 subscales.

 

 

Conclusions:

 

These results are suggestive of subtypes of ME/CFS

and, if replicated,

may assist physicians in providing tailored treatment to patients and

allow researchers to form more homogeneous samples.

 

 

Keywords:

 

Myalgic encephalomyelitis; chronic fatigue syndrome; subtypes;

latent class analysis; health functioning