Lezing Prof. de Meirleir (Edegem, 4 mei 2007):

 

Immunological Changes at the Core of the Disease

 

 

 

 


 

Voor achtergronden/toelichting bij de theorie van prof. de Meirleir verwijs ik U naar:

  • de transkriptie van een interview uit juli 2006: klik hier, hier, hier en hier en
  • de pagina die de theorie van prof. de Meirleir beschrijft: klik hier.

 

ME/CVS: een immuunziekte.

 

De kern volgens prof. de Meirleir: ME/CVS is een (dis)immuunziekte.

 

Bij ME/CVS-patiŽnten worden diverse immunologische afwijkingen vastgesteld:

  • inflammatoire afwijkingen (interleukine-6 en CRP)
  • interferon-aktiviteit
  • NK-cel-afwijkingen (aktiviteit en aantal)
  • complement cascade

Saillant detail: in Japan wordt "CFS" soms ook wel Low NK-syndrome genoemd.

 

Belangrijke komponenten van de afweer tegen lichaamsvreemd genetisch materiaal,

zoals virussen (virusdeeltjes), zijn het RNAse-L-systeem, het PKR-systeem en NF-kB.

De rol die NF-kB speelt, kwam ook ter sprake in de lezing van prof. Maes: klik hier.

 

 

 

 

 

 

ME/CFS wordt gekenmerkt door afwijkingen in het RNAse-L- en/of PKR-subsysteem!

 

 

Vervolgens ging prof. de Meirleir dieper in op afwijkingen in het RNAse-L-subsysteem.

 

Normaal wordt RNAse-L geaktiveerd door 2,5-OAS.

 

Het gewone 2,5-OAS kent 3 varianten: p41 (of p46), p69 (p71) en p100.

De p69-variant van 2,5-OAs produceert zogenaamde trimeren; de p100-variant dimeren.

Als RNAse-L, een slapend enzym, door zogenaamde dimeren geaktiveerd wordt,

zoals bij ME/CVS-patiŽnten, ontstaat een onbeschermde vorm van aktief RNAse-L.

Normaal echter wordt RNAse-L voor 95% geaktiveerd door trimeren en tetrameren.

In dat geval ontstaat er een aktief RNAse-L dat bestand is tegen aanvallen van buitenaf.

 

Omdat RNAse-L niet beschermd is, kan het worden verknipt tot zogenaamde RNAse-L-fragmenten door zogenaamde proteasen (splitsers), zoals elastase en calpain.

 

Doordat RNAse-L "verknipt" wordt, funktioneert dit deel van het afweersysteem niet goed!

Gevolg: het lichaam is niet (goed) in staat pathogenen (virussen etc.) uit te schakelen.

 

Het "verknippen" van gewoon RNAse-L resulteert in twee RNAse-L-fragmenten:

het 30 kDa-fragment en het 37-kDa-fragment. Elk van die fragmenten geeft een aantal problemen, die elk een belangrijke rol spelen in de pathofysiologie van ME/CVS.

 

Het 30-kDa-fragment heeft een ankyrine-domein.

De rem van RNAse-L, RLI genaamd, haakt aan bij dit ankyrine-domein.

Het probleem is echter dat RLI sterke gelijkenis vertoont met enkele ABC-transporters.

Door die gelijkenis is RLI ook in staat aan te haken bij die ABC-transporters

(met name de ABC7, MDR3, CFTR, TAP1, ABC3, ABC8, MRP1, MRP3 en MRP6-transporter).

De ABC-transporters (vervoersmiddelen) zorgen voor de ionen-uitwisseling die de cel in staat stelt in haar behoeften te voorzien. Deze worden nu gebruikt door zwartrijders.

Hierdoor kan de cel niet aan de eigen behoefte voldoen en dus niet goed funktioneren.

Dit probleem, verstoring van het ionen-kanaal, wordt het channelopathie genoemd.

 

Het 37-kDA-fragment is aktief, maar kan niet gestopt worden door de rem (RLI).

Dit fragment gaat zich nu tegen de gastheer keren:

RNA, het basismateriaal voor eiwitten: halffabrikaat gene expression, wordt verknipt.

Dit is ťťn van de redenen waarom gene expression niet het gehele verhaal vertelt!

Het verknippen van het basismateriaal voor essentiŽle eiwitten heeft grote gevolgen.

 

Samengevat leidt dit tot de volgende vicieuze cirkel:

 

 

 

 

 

Bij ME/CVS-patiŽnten wordt tevens een 2,5-OAS-achtig eiwit aangemaakt (2,5-OASL).

Eťn variant van dit eiwit (p30) blokkeert de schildklierhormoon-receptor,

twee andere varianten van dit eiwit (p56 en p59) vernietigen dit "ontvangststation".

Hierdoor worden organen niet (goed) aangestuurd door de schildklierhormoon.

Dus ook al is de hoeveelheid schildklierhormoon in het bloed etc. normaal,

de "schildklierfunktie" van het lichaam werkt niet goed (hypothyroidisme).

Dit is een mogelijke oorzaak van het probleem onlangs door TjŲrve geschetst: klik hier.

 

 

Bij een deel van de patiŽnten is ook het PKR-subsysteem (hyper)aktief.

 

 

Op basis van de antwoorden op de volgende twee vragen:

  • Is het PKR-systeem (over)aktief?
  • Is er sprake van RNAse-L-fragmentatie?

kunnen drie typen patiŽnten onderscheiden worden met elk hun eigen kenmerken!

 

 

 

 

 

Tenslotte ging prof. de Meirleir nog kort in op een studie van dr. Nancy Klimas

die de genenaktiviteit van 3800 genen bij 23 ME/CVS-patiŽnten heeft onderzocht.

Van 117 genen was de genenaktiviteit afwijkend.

Het merendeel van die genen (eiwitten) heeft betrekking op het afweersysteem.

De genenaktiviteit van patiŽnten met "geleidelijk begin" en "plots begin" was verschillend.