Meeus en Nijs:

 

Een biopsychosociale verklaring

voor chronische, wijd verspreide pijn

bij CVS- en fibromyalgie-patiŽnten

 

 

 

 


 

In een studie in de Clinical Rheumatology geven Mira Meeus en dr. Jo Nijs

een biopsychosociale verklaring voor de chronische pijn van ME/CVS-patiŽnten.

 

De mogelijke oorzaak van pijn wordt aangeduid als centrale sensitisation:

de verhoogde gevoeligheid van neuronen (zenuwcellen) voor (pijn)prikkels.

 

Belangrijke elementen binnen de overgevoeligheid-voor-pijn zijn:

  • allodynia: een verlaging van de pijndrempel,
  • waardoor prikkels die normaal niet tot pijn leiden, dat nu wel doen.

  • hyperalgesia: pijnprikkels leiden tot een "overdreven", langdurige pijn,
  • omdat de pijnprikkels niet (afdoende) gedempt worden.

 

Voor de onderbouwing van deze overgevoeligheid-van-het-centraal-zenuwstelsel-

theorie worden vijf mogelijke verklaringen/argumenten aangedragen:

  • De "overdreven" pijn wordt niet verklaard door "perifere" weefselbeschadiging
  • Het niet kunnen aanduiden van de exakte lokatie van de pijn.
  • Infekties leiden tot de produktie van stikstofoxide.
  • Permanente stikstofoxide-produktie in het zenuwstelsel kan bijdragen aan de over-gevoeligheid-van-het-centraal-zenuwstelsel voor pijnprikkels (en andere prikkels).

  • Als gevolg van de ziekte treden vaak veranderingen in de denkprocessen

    (kennis, ideeŽn en overtuigingen), de psyche en het gedrag van patiŽnten.

    Deze kunnen via depressie, somatiseren, katastroferen en "bewegingsangst" bijdragen aan instandhouding van verhoogde pijn(over)gevoeligheid.

  • Wetenschappelijk onderzoek duidt regelmatig op gewijzigde hersenaktiviteit.
  • Ook is er vaak sprake van verminderde doorbloeding.

    Dit beÔnvloedt mogelijk de pijnverwerking.

 


 

Wat uiteraard opvalt, en dat weerspiegelt waarschijnlijk het "biopsychosociale karakter",

is de rol van "denkprocessen, overtuigingen, psyche en gedrag" in de "verklaring".

 

Niet alleen kwa woordkeus, maar ook kwa argumenten vertonen sterke overeenkomsten

met het "verklaringsmodel" van de "Nijmeegse "vermoeidheidsexperts": Vercoulen-model.

 

Wat nog veel opvallender is dat de "psychosociale" verklaring van Nijs en Meeus

nagenoeg haaks staat op de biomedische verklaring van pijn, vermoeidheid etc.

die genoemde auteurs in de afgelopen jaren op verschillende podia uitdroegen

en die ook in de lijst van mogelijke verklaringen opgenomen zijn (m.n. stikstofoxide).

 

 


 

Twee citaten uit deze studie en de tegenargumenten:

 

Citaat 1:

 

The central sensitization hypothesis is [amongst other] based on ...

the typical personality styles seen in CFS Ö

 

Certain cognitive styles and personality traits have been associated with amplification of pain and its extension in the absence of tissue damage.

These include somatization, catastrophizing, and hypervigilance [49Ė52].

 

 

Slechts twee voorbeelden waaruit blijkt dat deze stelling niet houdbaar is.

 

Uit de CVS-na-een-EBV-infektiestudie van Lloyd, Reeves en kollega's (klik hier en hier):

 

The syndrome was predicted largely by the severity of the acute illness

rather than by demographic, psychological, or microbiological factors.

 

Uit de studie van dr. Luc Lambrecht (Personality Profile of Patients with Chronic Fatigue Syndrome, Journal of Chronic Fatigue Syndrome, Volume 14, Nummer 1, 2007, 55-68):

 

Personality may play a role in

the predisposition, the precipitation and/or the maintenance of the CFS...

All in all, the personality structure does not appear to play a major role in the CFS.

 

 

Citaat 2:

 

A third important argument in the central sensitization theory for CFS concerns the cognitive, psychological, and behavioral changes in patients diagnosed with CFS.

CFS patients often present with depression [6, 92], catastrophizing [93, 94],

somatization [95, 96], and kinesiophobia or fear avoidance [97-99].

 

 

Ook hier slechts twee voorbeelden die de juistheid van die bewering ontkrachten.

 

Uit een persbericht van de VU Brussel, 29 september 2003,

"Bewegingsangst niet bepalend voor chronisch vermoeidheidssyndroom"

n.a.v. het doktoraatsonderzoek van Jo Nijs zelf (klik hier):

 

Van CVS-patiŽnten wordt wel eens beweerd dat hun "angst om te bewegen" mee verantwoordelijk is voor het onderhouden van het ziekteproces.Ö

Uit het doctoraatsonderzoek van Jo Nijs blijkt nu echter dat er geen enkel verband bestaat tussen enerzijds het sterk verminderd vermogen om lichamelijke inspanningen te verrichten, en anderzijds de angst om te bewegen.

 

Uit een studie van White en kollega's, pleitbezorger van de biopsychosociale school

(Is the chronic fatigue syndrome an exercise phobia? A case control study,

Journal of Psychosomatic Research, Volume 58, Nummer 4, 2005, 367-373):

 

The data suggest that CFS patients without a co-morbid psychiatric disorder

do not have an exercise phobia.

 

 

 


 

Central sensitization:

A biopsychosocial explanation for chronic widespread pain

in patients with Fibromyalgia and Chronic Fatigue Syndrome

Clinical Rheumatology. 2006 Nov 18; [E-publication ahead of print]

M Meeus and J Nijs

 

PMID: 17115100

 

In addition to the debilitating fatigue, the majority of patients with Chronic Fatigue Syndrome (CFS) experience chronic widespread pain.

 

These pain complaints show the greatest overlap between CFS and Fibromyalgia (FM).

 

Although the literature provides evidence for central sensitization as cause for the musculoskeletal pain in FM, in CFS this evidence is currently lacking, despite the observed similarities in both diseases.

 

The knowledge concerning the physiological mechanism of central sensitization, the pathophysiology and the pain processing in FM, and the knowledge of the pathophysiology of CFS lead to the hypothesis that central sensitization is also responsible for the sustaining pain complaints in CFS.

 

This hypothesis is based

on the hyperalgesia and allodynia reported in CFS,

on the elevated concentrations of nitric oxide presented in the blood of CFS patients,

on the typical personality styles seen in CFS, and

on the brain abnormalities shown on brain images.

 

To examine the present hypothesis more research is required.

 

Further investigations could use similar protocols to those already used in studies of pain in FM like, for example, studies of temporal summation, spatial summation, the role of psychosocial aspects in chronic pain, etc.

 

 

 

Bron samenvatting studie:

 

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17115100

 

Uitgebreid studierapport:

 

http://www.pubmedcentral.nih.gov/

articlerender.fcgi?tool=pubmed&pubmedid=17115100 (html)

 

http://www.pubmedcentral.nih.gov/

picrender.fcgi?tid=1820749&blobtype=pdf (pdf)