Follow FrankTwisk on Twitter  
   

 

 

 

 

Vlaamse vermoeidheidsdeskundigen

dringen aan op betere zorg

voor "ME/CVS"-patiŽnten......

 

 

 

 


 

 

 

Jo Nijs en collega's van Pain in Motion en de boegbeelden van de referentiecentra

komen gezamenlijk met een voorstel om de zorg voor patienten met ME/CVS "te verbeteren" en

pleiten voor een aantal leerstoelen die "waken" over de "evidence-based" zorg,

opdat de deur gesloten wordt voor "niet-wetenschappelijk te verantwoorden

'behandelmethodes' die een 'markt' zien in de miserie van de CVS-patiŽnt". (sic).

 

Het standaardriedeltje (ME = CVS, stress-aandoening, CGT en GET bewezen werkzaam, etc. etc.)

wordt vooral onderbouwd door zelfpromotie en referenties naar eigen werk (14 van 30 referenties).

 

 

Voor berichtgeving over dit onderwerp in de media, klik op onderstaand logo's:

 

 

 

 

 

 


 

 

Belgische universiteiten pleiten voor multidisciplinair onderzoek

ter verbetering van de zorg voor patiŽnten met ME/CVS

 

 

 

Aan de Minister van Volksgezondheid

Aan de Minister van Wetenschap en Innovatie

 

Betreft:

 

Open brief van de universiteiten met oproep voor multidisciplinair onderzoek

ter verbetering van de zorg voor patiŽnten met ME/CVS,

onder het motto: "Science meets practice rather than practice before science"

 

 

Geachte Minister van Volksgezondheid,

Geachte Minister van Wetenschap en Innovatie,

 

De universiteiten zijn verheugd over het hernieuwd enthousiasme

vanuit de politiek voor het chronische vermoeidheidssyndroom (CVS),

hetgeen een erg onderschatte en nog te weinig bestudeerde invaliderende aandoening is.

 

Schattingen van de prevalentie van CVS variŽren van 0.5 tot 2.5%.

 

De aandoening gaat gepaard met een zeer hoge medische, economische en sociale kost

en de psychosociale last die gepaard gaat met CVS

behoort tot de hoogste van alle psychologische en medische aandoeningen

(Afari & Buchwald, 2003; Reeves et al., 2007).

 

Wij streven er echter naar

dat het niet bij de inspirerende woorden van de Hoorzitting dd. 19/03/2014 blijft, en

dat er actie wordt ondernomen nu er grote eensgezindheid is

over de nood aan een betere aanpak in onderzoek en behandeling

zowel in de politieke als in de universitaire wereld.

 

Immers, tijdens de hoorzitting werd er

met een open geest en op constructieve wijze gezocht

naar oplossingen voor dit belangrijke maatschappelijke probleem.

 

Actueel is

sinds het het behandelaanbod voor CVS in BelgiŽ ondermaats en gefragmenteerd,

waardoor patiŽnten het gevoel hebben in de kou te blijven staan en

negatieve berichtgeving in de media voedt en vice versa.

 

Bovendien zet het de deur open voor

allerlei niet-wetenschappelijk te verantwoorden 'behandel' methodes

die een 'markt' zien in de miserie van de CVS-patiŽnt.

 

Vooral de idee om

aan de universiteiten een of meerdere Leerstoelen CVS te installeren

kwam naar voren als een belangrijke stap in de goede richting.

 

Dergelijke leerstoelen kunnen primair tot doel hebben

wetenschappelijk onderzoek naar een verbeterde multidisciplinaire zorg

voor patiŽnten met CVS of myalgische encephalomyeltitis (ME)

mogelijk te maken in samenwerking met overheidsinstanties.

 

Dit idee werd voor het eerst geopperd tijdens de Hoorzitting van maart jl., en

kende bijval van de verschillende politieke fracties.

 

Via deze open brief informeren wij u

over de brede academische steun die dit voorstel intussen kent, en

over de inhoudelijke krijtlijnen (Appendix) die de universiteiten daarbij wensen te bewaken.

 

Binnen Vlaanderen is het uniek dat

de Katholieke Universiteit Leuven, Vrije Universiteit Brussel,

Universiteit Gent en Universiteit Antwerpen het eens zijn

over een groot maatschappelijk en gezondheidsprobleem als ME/CVS.

 

Opmerkelijk in deze is niet alleen dat

de verschillende universiteiten op ťťn lijn staan,

maar zeker ook dat dergelijke academische ondersteuning

een bijzonder interdisciplinair karakter vertoont

(met steun van faculteiten geneeskunde, psychologie en revalidatiewetenschappen).

 

We rekenen dan ook op een politiek draagvlak voor

ondersteuning van multidisciplinair onderzoek

ter verbetering van de zorg voor patiŽnten met ME/CVS,

onder het motto:

"Science meets practice rather than practice before science".

 

Immers, doordat de eventuele Leerstoelen

conform de actuele stand van zaken in de wetenschap

moeten verder bouwen op de 'best evidence',

dient iedere nieuwe therapievorm getoetst te worden aan

de actueel meest effectieve vorm van behandeling.

 

Hierdoor zullen therapiestudies uitgevoerd door Vlaamse universiteiten

meteen ook een deel van het zorgprobleem voor patiŽnten met ME/CVS reduceren,

omdat de deelnemende patiŽnten minimaal kunnen beschikken over de 'best evidence' zorg.

 

 

 

Uitkijkend naar uw reactie en eventuele initiatieven,

 

Hoogachtend,

 

Prof. Dr. Jo Nijs

Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie

Vrije Universiteit Brussel & Universitair

Ziekenhuis Brussel

 

 

Prof. Dr. Patrick Luyten

Klinische psychologie

K.U. Leuven

 

 

CoŲrdinatoren van het initiatief

 

Prof. Dr. Brigitte Velkeniers (Inwendige geneeskunde, Vrije Universiteit Brussel & Universitair Ziekenhuis Brussel)

Prof. Dr. Greta Moorkens (Inwendige ziekten Universitair Ziekenhuis Antwerpen & Universiteit Antwerpen)

Prof. Dr. Mira Meeus (Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie, Universiteit Gent en Universiteit Antwerpen)

Prof. Dr. Dirk Vogelaers (Inwendige ziekten, Universitair Ziekenhuis Gent)

Prof. Dr. Geert Crombez (Klinische psychologie, Universiteit Gent)

Prof. Dr. Stefaan Van Damme (Klinische psychologie, Universiteit Gent)

Em. Prof. Dr. Boudewijn Van Houdenhove (Psychiatrie, Katholieke Universiteit Leuven)

Dr. Etienne Masquelier (Coordinateur du Centre de Rťfťrence Multidisciplinaire de la Douleur Chronique des Cliniques UCL de Mont-Godinne)

Dr. Jacques Grisart (Psychologue Facultť des sciences de la motricitť, Universitť Catholique de Louvain)

 

 

 

 

APPENDIX:

 

Inhoudelijke krijtlijnen voor Leerstoelen gericht op

multidisciplinair onderzoek ter verbetering van de zorg voor patiŽnten met ME/CVS

 

Inleiding

 

Mylagische encephalomyelitis (ME) of het chronische vermoeidheidssyndroom (CVS)

is een ernstig invaliderende aandoening die meer en meer mensen treft.

 

Gezien het groot aantal mensen dat getroffen wordt door deze aandoening, en

gezien het invaliderend karakter van ME/CVS

(en de ermee gepaard gaande langdurige arbeidsongeschiktheid),

is de maatschappelijke impact enorm.

 

In deze tekst verduidelijken we de noodzaak voor

gericht wetenschappelijk onderzoek

m.b.t. diagnosestelling en behandeling van ME/CVS.

 

Daarbij tonen we aan dat BelgiŽ op deze manier

opnieuw een pioniersrol kan gaan spelen

m.b.t. de complexe ME/CVS problematiek.

 

Zowel qua diagnosestelling als qua behandeling

kan er immers veel verbeterd worden aan

de actuele klinische praktijk in Vlaanderen/BelgiŽ.

 

Onderzoek in het buitenland toont aan dat

dergelijke verbeteringen kunnen leiden door

aanzienlijke kostenbesparingen,

vooral door het aanbieden van aangetoond kosteneffectieve behandelingen

(Crawley et al., 2013; McCrone et al., 2012; White, Goldsmith, Johnson, Chalder, & Sharpe, 2013).

 

 

Belang van wetenschappelijk onderzoek voor diagnosestelling

 

Onderzoek naar de diagnosestelling bij ME/CVS is broodnodig

aangezien het kan leiden tot een meer (kosten)effectieve trapsgewijze zorg.

 

Internationaal is er actueel een belangrijke discussie over

te gebruiken diagnostische criteria voor ME/CVS.

 

De meest gebruikte criteria zijn

de in 1994 gepubliceerde criteria van

de Center for Disease Control and Prevention (USA) (Fukuda et al., 1994),

maar meer recent worden de Canadese criteria (Carruthers et al., 2011)

naar voren geschoven als een valabel alternatief.

 

Amerikaanse psychologen hebben beide criteria met elkaar vergeleken

in verschillende studies, en ze vonden

dat op het vlak van zelfrapportage (valide vragenlijsten)

er duidelijke verschillen zijn, en

dat de Canadese criteria

een homogenere en meer geÔnvalideerde groep patiŽnten selecteert

(Jason et al., 2012; Jason, Brown, Evans, Sunnquist, & Newton, 2013).

 

Blijft die conclusie ook overeind

als we gebruik maken van meer objectieve metingen,

waarbij verschillende markante kenmerken van ME/CVS

worden vergeleken tussen de verschillende diagnostische criteria?

 

Omtrent deze vraag bestaat in Vlaanderen reeds heel wat expertise.

 

De afgelopen jaren hebben

onderzoekers binnen onze internationale onderzoeksgroep Pain in Motion (www.paininmotion.be),

met onderzoekers van de VUB, UGent en UA onderzochten

of patiŽnten die voldoen aan de 1994 criteria voor CVS

verschillen van patiŽnten die voldoen aan de Canadese criteria voor ME.

 

Er werd gezocht naar verschillen op het vlak van

endogene pijnstilling, neurocognitief prestatievermogen

(i.e. reactiesnelheid, korte termijn geheugen, concentratievermogen etc.),

dagelijkse fysieke activiteit en spierherstel na inspanning.

 

De resultaten leren ons dat

er met objectieve metingen van endogene pijnstilling,

neurocognitief prestatievermogen, dagelijkse fysieke activiteit en spierherstel na inspanning

geen verschillen zijn tussen mensen

die voldoen aan de Canadese versus 1994 diagnostische criteria voor ME/CVS

(Meeus, Ickmans, et al., 2014).

 

Dit zijn uitermate belangrijke bevindingen,

aangezien ze niet suggereren dat

er een subgroep van patiŽnten bestaat die meer geÔnvalideerd zou zijn.

 

Wel zijn er duidelijk aanwijzingen dat

er een groep van patiŽnten is met chronische idiopathische vermoeidheid

die nog niet voldoen aan de criteria voor CVS/ME,

maar wel een verhoogd risico hebben om deze aandoening te ontwikkelen.

 

Meer middelen dienen dan ook ingezet te worden

om deze groep af te lijnen en te behandelen.

 

Ook hier is binnen BelgiŽ heel wat expertise,

getuige bijvoorbeeld het voornaam onderzoek

naar vaak miskende comorbiditeiten bij CVS/ME patiŽnten

(A. Mariman et al., 2013).

 

Dit brengt ons bij ons tweede punt.

 

Belang van wetenschappelijk onderzoek voor behandeling

 

Op het vlak van behandeling van ME/CVS

is het zo mogelijk nog duidelijker

wat wetenschappelijk onderzoek kan betekenen.

 

Alleen gebeurt er op dit ogenblik erg weinig onderzoek

naar de ontwikkeling en implementatie van

betere behandelingen voor ME/CVS in Vlaanderen.

 

Op dat vlak is de situatie in BelgiŽ zorgwekkend,

zeker in vergelijking met ons omringende landen

zoals het Verenigd Koninkrijk of Nederland.

 

Er is de gekende werkzaamheid van

zowel de graduele opbouwende oefentherapie en de cognitieve gedragstherapie,

maar deze behandelingen bieden zeker niet voor alle patiŽnten soelaas.

 

Bovendien zijn de effecten ervan op het vlak van werkhervatting eerder slecht.

 

Nochtans liggen er dankzij het internationaal onderzoek over ME/CVS

therapeutische uitdagingen voor het grijpen.

 

Onderzoekers in Vlaanderen zijn toonaangevend in onderzoek naar

de mechanismen betrokken bij ME/CVS

die kunnen leiden tot innovatieve behandelingen

[zie bijvoorbeeld (Tobback et al., 2014)].

 

Zo toonden onderzoekers van deze groep aan dat

het afweersysteem van mensen met ME/CVS overmatig reageert op lichamelijke inspanning,

wat het ziek gevoel na fysieke arbeid deels verklaart

(Jammes, Steinberg, & Delliaux, 2012; Jammes, Steinberg, Delliaux, & Bregeon, 2009;

Jammes, Steinberg, Mambrini, Bregeon, & Delliaux, 2005; Nijs et al., 2014;

Nijs et al., 2010; Sorensen, Jones, Vernon, & Rajeevan, 2009; Sorensen et al., 2003).

 

Verder vonden zij een overprikkeling van het centraal zenuwstelsel (Nijs et al., 2012),

en het ermee gepaard gaande onvermogen van het brein van ME/CVS patiŽnten

om hun pijnstilling tijdens fysieke arbeid te activeren

(Meeus, Hermans, et al., 2014; Meeus, Roussel, Truijen, & Nijs;

Nijs et al., 2012; Van Oosterwijck et al., 2010).

 

Waarom deze fysiologische dysfuncties niet behandelen tijdens de revalidatie?

 

Onderzoekers in Vlaanderen hebben

heel wat expertise in onderzoek naar de stressmechanismen bij ME/CVS

(Van Den Eede et al., 2008; Van Den Eede, Moorkens, Van Houdenhove, Cosyns, & Claes, 2007) en

de vertaling daarvan naar psychosociale interventies (Luyten, 2013).

 

Ook op het vlak van cognitieve stoornissen, fijne motoriek (Van Den Eede et al., 2011)

en slaapproblemen van patiŽnten met CVS/ME is de nodige expertise voorhanden,

en ligt therapeutische innovatie voor het grijpen (A. N. Mariman et al., 2013).

 

Er is dan ook nood aan gedegen wetenschappelijk onderzoek naar

de werkzaamheid, kosteneffectiviteit en ťn veiligheid van dergelijke nieuwe behandelprotocollen.

 

Dit alles kan gefaciliteerd worden door de installatie van Leerstoelen aan universiteiten

om multicentrische studies naar dergelijke innovatieve behandelmethodes mogelijk te maken.

 

Neemt BelgiŽ op deze wijze opnieuw het voortouw in de behandeling van ME/CVS?

 

Inhoudelijke focus op te richten Leerstoelen aan universiteiten

  • Het onderzoek is multidisciplinair van aard en
  • bouwt verder op de actuele wetenschappelijke stand van zaken m.b.t. de CVS-problematiek.

  • Het onderzoek moet een aantoonbare meerwaarde hebben voor
  • de zorg voor patiŽnten met ME/CVS, hetzij diagnostisch,

    hetzij therapeutisch en dus in samenwerking met overheidsinstanties

  • Deelnemende patiŽnten dienen kosteloos minimaal de 'best evidence' zorg te krijgen.
  • Onderzoeksbevindingen die voortvloeien uit de Leerstoelen dienen
  • naast de gebruikelijke wetenschappelijke kanalen

    (peer reviewed journals en wetenschappelijke congressen)

    ook verspreid te worden naar het brede publiek.

  • Het onderzoek moet ook expliciet gericht zijn op
  • de implementatie van nieuwe behandelingen in de praktijk.

 

 

Referenties

  • Afari, Niloofar, & Buchwald, Dedra. (2003).
  • Chronic Fatigue Syndrome: A Review.

    American Journal of Psychiatry, 160(2), 221-236. doi: 10.1176/appi.ajp.160.2.221

  • Carruthers, B. M., van de Sande, M. I., De Meirleir,
  • K. L., Klimas, N. G., Broderick, G., Mitchell, T., ... Stevens, S. (2011).

    Myalgic encephalomyelitis: International Consensus Criteria.

    J Intern Med, 270(4), 327-338. doi: 10.1111/j.1365-2796.2011.02428.x

  • Crawley, E., Collin, S. M., White, P. D., Rimes, K., Sterne, J. A., & May, M. T. (2013).
  • Treatment outcome in adults with chronic fatigue syndrome:

    a prospective study in England based on the CFS/ME National Outcomes Database.

    Qjm, 106(6), 555-565. doi: 10.1093/qjmed/hct061

  • Fukuda, K., Straus, S. E., Hickie, I., Sharpe, M. C., Dobbins, J. G., & Komaroff, A. (1994).
  • The chronic fatigue syndrome: a comprehensive approach to its definition and study.

    International Chronic Fatigue Syndrome Study Group.

    Ann Intern Med, 121(12), 953-959.

  • Jammes, Y., Steinberg, J. G., & Delliaux, S. (2012).
  • Chronic fatigue syndrome: acute infection and history of physical activity affect resting levels

    and response to exercise of plasma oxidant/antioxidant status and heat shock proteins.

    J Intern Med, 272(1), 74-84.

  • Jammes, Y., Steinberg, J. G., Delliaux, S., & Bregeon, F. (2009).
  • Chronic fatigue syndrome combines increased exercise-induced oxidative stress

    and reduced cytokine and Hsp responses.

    J Intern Med, 266(2), 196-206.

  • Jammes, Y., Steinberg, J. G., Mambrini, O., Bregeon, F., & Delliaux, S. (2005).
  • Chronic fatigue syndrome: assessment of increased oxidative stress and

    altered muscle excitability in response to incremental exercise.

    J Intern Med, 257(3), 299-310.

  • Jason, L. A., Brown, A., Clyne, E., Bartgis, L., Evans, M., & Brown, M. (2012).
  • Contrasting case definitions for chronic fatigue syndrome,

    Myalgic Encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome and myalgic encephalomyelitis.

    Eval Health Prof, 35(3), 280-304. doi: 10.1177/0163278711424281

  • Jason, L. A., Brown, A., Evans, M., Sunnquist, M., & Newton, J. L. (2013).
  • Contrasting Chronic Fatigue Syndrome versus

    Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome.

    Fatigue, 1(3), 168-183. doi: 10.1080/21641846.2013.774556

  • Luyten, P., Van Houdenhove, B., Lemma, A., Target, M., & Fonagy, P.(2013).
  • Vulnerability for Functional Somatic Disorders:

    A Contemporary Psychodynamic Approach.

    Journal of Psychotherapy Integration, 23(1), 14-27.

  • Mariman, A., Delesie, L., Tobback, E., Hanoulle, I., Sermijn, E., Vermeir, P., ... Vogelaers, D. (2013).
  • Undiagnosed and comorbid disorders in patients with presumed chronic fatigue syndrome.

    J Psychosom Res, 75(5), 491-496. doi: 10.1016/j.jpsychores.2013.07.010

  • Mariman, A. N., Vogelaers, D. P., Tobback, E., Delesie,
  • L. M., Hanoulle, I. P., & Pevernagie, D. A. (2013).

    Sleep in the chronic fatigue syndrome.

    Sleep Med Rev, 17(3), 193-199. doi: 10.1016/j.smrv.2012.06.003

  • McCrone, P., Sharpe, M., Chalder, T., Knapp, M., Johnson,
  • A. L., Goldsmith, K. A., & White, P. D. (2012).

    Adaptive pacing, cognitive behaviour therapy, graded exercise, and specialist medical care

    for chronic fatigue syndrome: a cost-effectiveness analysis.

    PLoS One, 7(8), e40808. doi: 10.1371/journal.pone.0040808

  • Meeus, M., Hermans, L., Ickmans, K., Struyf, F.,
  • Van Cauwenbergh, D., Bronckaerts, L., ... Nijs, J. (2014).

    Endogenous Pain Modulation in Response to Exercise in

    Patients with Rheumatoid Arthritis, Patients with Chronic Fatigue Syndrome and Comorbid Fibromyalgia, and Healthy Controls:

    A Double-Blind Randomized Controlled Trial.

    Pain Pract. doi: 10.1111/papr.12181

  • Meeus, M., Ickmans, K., Struyf, F., Kos, ..., Lambrecht, L., Willekens, B., ... Nijs, J. (2014).
  • What is in a name? Comparing diagnostic criteria for

    chronic fatigue syndrome with or without fibromyalgia.

    Clin Rheumatol. doi: 10.1007/s10067-014-2793-x

  • Meeus, M., Roussel, N. A., Truijen, S., & Nijs, J.
  • Reduced pressure pain thresholds in response to exercise in chronic fatigue syndrome

    but not in chronic low back pain: an experimental study.

    J Rehabil Med, 42(9), 884-890.

  • Nijs, J., Meeus, M., Van Oosterwijck, J., Ickmans,
  • K., Moorkens, G., Hans, G., & De Clerck, L. S. (2012).

    In the mind or in the brain?

    Scientific evidence for central sensitisation in chronic fatigue syndrome.

    Eur J Clin Invest, 42(2), 203-212. doi: 10.1111/j.1365-2362.2011.02575.x

  • Nijs, J., Nees, A., Paul, L., De Kooning, M., Ickmans, K., Meeus, M., & Van Oosterwijck, J. (2014).
  • Altered immune response to exercise in

    patients with chronic fatigue syndrome/myalgic encephalomyelitis:

    a systematic literature review.

    Exerc Immunol Rev, 20, 94-116.

  • Nijs, J., Van Oosterwijck, J., Meeus, M., Lambrecht, L., Metzger, K., Fremont, M., & Paul, L. (2010).
  • Unravelling the nature of postexertional malaise in

    myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome:

    the role of elastase, complement C4a and interleukin-1beta.

    J Intern Med, 267(4), 418-435. doi: 10.1111/j.1365-2796.2009.02178.x

  • Reeves, William, Jones, James, Maloney, Elizabeth, Heim,
  • Christine, Hoaglin, David, Boneva, Roumiana, ... Devlin, Rebecca. (2007).

    Prevalence of chronic fatigue syndrome in metropolitan, urban, and rural Georgia.

    Population Health Metrics, 5(1), 5.

  • Sorensen, B., Jones, J. F., Vernon, S. D., & Rajeevan, M. S. (2009).
  • Transcriptional control of complement activation

    in an exercise model of chronic fatigue syndrome.

    Mol Med, 15(1-2), 34-42.

  • Sorensen, B., Streib, J. E., Strand, M., Make, B., Giclas, P. C., Fleshner, M., & Jones, J. F. (2003).
  • Complement activation in a model of chronic fatigue syndrome.

    J Allergy Clin Immunol, 112(2), 397-403.

  • Tobback, E., Mariman, A., Heytens, S., Declercq, T., Bouwen, A., Spooren, D., ... Vogelaers, D. (2014).
  • A multidisciplinary network for the care of abnormal fatigue and chronic fatigue syndrome

    in the provinces of East and West Flanders in Belgium.

    Acta Clin Belg, 69(5), 327-334. doi: 10.1179/2295333714y.0000000056

  • Van Den Eede, F., Moorkens, G., Hulstijn, W., Maas, Y.,
  • Schrijvers, D., Stevens, S. R., ... Sabbe, B. G. (2011).

    Psychomotor function and response inhibition in chronic fatigue syndrome.

    Psychiatry Res, 186(2-3), 367-372. doi: 10.1016/j.psychres.2010.07.022

  • Van Den Eede, F., Moorkens, G., Hulstijn, W.,
  • Van Houdenhove, B., Cosyns, P., Sabbe, B. G., & Claes, S. J. (2008).

    Combined dexamethasone/corticotropin-releasing factor test in chronic fatigue syndrome.

    Psychol Med, 38(7), 963-973. doi: 10.1017/s0033291707001444

  • Van Den Eede, F., Moorkens, G., Van Houdenhove, B., Cosyns, P., & Claes, S. J. (2007).
  • Hypothalamic-pituitary-adrenal axis function in chronic fatigue syndrome.

    Neuropsychobiology, 55(2), 112-120.

  • Van Oosterwijck, J., Nijs, J., Meeus, M., Lefever, I., Huybrechts, L., Lambrecht, L., & Paul, L. (2010).
  • Pain inhibition and postexertional malaise in

    myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome: an experimental study.

    J Intern Med, 268(3), 265-278. doi: 10.1111/j.1365-2796.2010.02228.x

  • White, P. D., Goldsmith, K., Johnson, A. L., Chalder, T., & Sharpe, M. (2013).
  • Recovery from chronic fatigue syndrome after treatments given in the PACE trial.

    Psychol Med, 43(10), 2227-2235. doi: 10.1017/s0033291713000020

 

https://www.ugent.be/nl/actueel/nieuws/bijlage/cvs-open-brief-wetenschappers.pdf