Onderzoek uit Nijmegen bewijst:

kognitieve gedragstherapie is niet effektief

 

(deel 1, studie 2001)!

 

Sommige professoren kunnen blijkbaar slecht rekenen ......

 

 

 

 


 

Onderzoek uit 2001 naar effekt CBT

 

 

Cognitive behaviour therapy for chronic fatigue syndrome:

A multicentre randomised controlled trial

Lancet, Volume 357, Issue 9259, 17 March 2001, Pages 841-847.

Judith B. Prins, Gijs Bleijenberg, Ellen Bazelmans, Lammy D. Elving, Theo M. de Boo,

Johan L. Severens, Gert Jan van der Wilt, Philip Spinhoven and Jos W. M. van der Meer.

 

Voor een samenvatting: klik hier.

 

 

Kandidaten:

 

476 mensen met "vermoeidheidsklachten" kregen van Nijmegen en Maastricht de diagnose CVS.

 

 

Afvallers vooraf:

 

198 mensen (=45%) mochten, konden of wilden niet meedoen:

  • 22% wilde/kon zelf niet meedoen (men moest bijv. frekwent naar Maastricht/Nijmegen reizen).

  • 22% mocht niet meedoen (welke kriteria gehanteerd zijn, blijft geheel onduidelijk).

Dus slechts 278 mensen met "CVS" mogen en kunnen meedoen: bijna de helft is vooraf al afgevallen!

Onder die afvallers m.n. "zware gevallen": zij kunnen niet regelmatig naar Nijmegen/Maastricht reizen.

 

 

Deelnemers:

 

De patiŽnten met CVS werden vervolgens in drie groepen ingedeeld:

1.   Mensen die "behandeld" werden met kognitieve gedragstherapie (CBT) : 93

2.   Mensen die deelnamen aan praatgroepen (support groups): 94

3.   Mensen die vrij waren om elders hulp te zoeken (natural course): 91

 

 

Resultaten (tussenstand en eindresultaat):

 

Na 8 maanden werd een tussenstand bepaald.

Die tussenstand was als volgt:

 

 

Kognitieve gedragstherapie

Praatgroepen

Eigen aanpak

Deelnemers

93

94

 

91

 

Afvallers

19

20%

23

24%

13

14%

Doorzetters

74

80%

71

76%

78

86%

Verbetering

42

45%

12

13%

23

25%

 

 

De totale studie duurde totaal 14 maanden.

De eindresultaten waren:

 

 

Kognitieve gedragstherapie

Praatgroepen

Eigen aanpak

Deelnemers

93

94

 

91

 

Afvallers

35

38% !!

32

34%

15

16%

Doorzetters

58

62%

62

66%

76

84%

Verbetering

29

31%

9

10%

24

26%

 

 

 

Opmerkingen:

**

Er werd NIET onderzocht hoeveel mensen verslechterden met kognitieve gedragstherapie.

In vergelijkbare studies was dit minstens 6%.

**

Het aantal afvallers bij CBT was in de eerste 8 maanden 20%.

In het tweede deel van het trajekt viel nog eens 18% af.

Je ziet dat ook aan het succespercentage, halverwege: 45%, aan het eind: 30%.

In de derde groep viel bijna niemand af en was het succes konstant.

**

Nijmegen rapporteert zelf 50% succes.

Waar zit nu het verschil? In de afvallers natuurlijk!

Als je de afvallers onterecht niet meerekent, zoals Nijmegen doet,

ervaren 29 patiŽnten van de 58 verbetering (ďsuccesĒĒ) = 50%.

Als je die wel in je berekeningen meeneemt,

kom je tot 28 t.o.v. 94 (het oorspronkelijk aantal deelnemers) is 31%.

 

 

 

Konklusies:

 

Wat kunnen we nu uit al die lastige cijfers konkluderen?

 

1.   Bijna de helft van de patiŽnten viel vooraf af (met name de zware gevallen).

2.   Als we de afvallers meetellen, die bepalen namelijk ook het succes van een therapie,

      is het "succes" van   CBT. (31%) niet signifikant beter dan

      het "succes" van mensen die hun heil ergens anders zoeken (ca. 26%).

3.   Bij CBT wordt, bewust?, niet gemeten hoeveel mensen erop achteruit gingen.

4.   Het aantal afvallers bij CBT is enorm. Van de "lichte gevallen" haalt slechts 60% de eindstreep.

5.   Tevens wordt niet vastgesteld of de progressie op lange termijn ook stand houdt.

      Afgaande op het aantal afvallers (maar liefst 40%) is behoud van progressie zeer twijfelachtig.

 

 

 

 

 

 

Zelfs als behandelaars zich beperken tot de "lichte gevallen"

is CBT niet signifikant effektiever dan "niets doen" (+5%).

Sterker nog, als we de mensen die erop achteruit gingen meenemen

en kijken naar het grote aantal afvallers (dat ook nog toeneemt in de tijd),

is gedragstherapie/CBT kontraproduktief!!

 

 

 

 


 

De resultaten van de studie uit 2001 grafisch weergegeven: