Onderzoek uit Nijmegen bewijst:

kognitieve gedragstherapie is niet effektief

 

(deel 2, studie 2005)!

 

Sommige professoren kunnen blijkbaar slecht rekenen ......

 

 

 

 


 

Onderzoek uit 2005 naar het effekt van CBT-groepstherapie

 

 

Cognitive Behaviour Group Therapy for Chronic Fatigue Syndrome:

A Non-Randomised Waiting List Controlled Study

Psychother Psychosom 2005;74:218Ė224.

E. Bazelmans, J.B. Prins, R. Lulofs, J.W.M. van der Meer, G. Bleijenberg

The Netherlands Fatigue Research Group Nijmegen

 

Voor een samenvatting: klik hier.

 

 

Kandidaten:

 

139 mensen met "vermoeidheidsklachten" kregen van Nijmegen en Maastricht de diagnose CVS.

 

 

Afvallers vooraf:

 

72 mensen (=52%) mochten, konden of wilden niet meedoen:

  • deelnemers voldeden niet aan de zeer lage minimum-kriterium voor moeheid en pijn (7%),

  • deelnemers wilden andere behandelingen (waaronder medicijnen) niet beŽindigen (14%) en

  • deelnemers wilden om andere reden niet deelnemen (31%).

    • frekwente reis naar Nijmegen/Maastricht te zwaar/onmogelijk,
    • zwangerschap,
    • te veel klachten,
    • niet geloven dat CBT iets zou toevoegen aan eerdere psychologische behandelingen.

Dus slechts 67 mensen met "CVS" mogen/kunnen meedoen: meer dan de helft is vooraf al afgevallen!

Onder die afvallers met name de "zware gevallen" (i.v.m. reizen) en de "ongelovigen".

 

 

Deelnemers:

 

De patiŽnten met CVS werden vervolgens in twee groepen ingedeeld:

1. Mensen die werden behandeld met kognitieve gedragstherapie in groepsverband (CBGT) : 31

2. Mensen die niet werden behandeld: wachtlijst-patiŽnten (WL): 36.

 

 

Resultaten:

 

Na 6 maanden werden de eindresultaten bepaald:

  • primaire graadmeters:

    • moeheid en

    • funktionele beperkingen (dingen niet kunnen doen).

  • sekundaire graadmeters:

    • eigen inschattingen van moeheid,

    • eigen inschatting van pijn,

    • eigen inschatting van psychische ongemak en

    • eigen inschatting van depressie.

  • mogelijk instandhoudende faktoren:

    • geloven dat CVS een fysieke ziekte is,

    • eigen kracht,

    • vermijden van aktiviteiten en

    • nadruk leggen op lichamelijke klachten

 

We zullen hier uitsluitend de primaire graadmeters vermelden:

 

 

Kognitieve gedragstherapie

in groepsverband (CBGT)

Deelnemers

31

 

Afvallers/niet-geanalyseerd

4

 

Lichte of grote verbetering

10

37 %

Geen verbetering of verslechtering

17

63 %

 

 

Opmerkingen:

  • De mensen die niet verbeterden of er op achteruit gingen,

    • hadden vooraf veel grotere funktionele beperkingen,

    • hadden vooraf veel zwaardere klachten (zelf-ervaren moeheid en pijn) en

    • werkten aanzienlijk minder uren.

  • Men heeft "geen verbetering" en "verslechtering" enerzijds en "lichte verbetering" en "grote verbetering" anderzijds achteraf op een grote hoop gegooid. Waarom?

  • Het doet vermoeden dat in de eerste groep mensen er voornamelijk op achteruit gingen

    en de verbeteringen licht waren.

  • Door gedragstherapie zijn de funktionele beperkingen (licht) toegenomen, bij mensen op de wachtlijst waren die funktionele beperkingen juist afgenomen (rust roest toch, of juist niet?).

  • Bij mensen die gedragstherapie ondergingen, was de aktiviteiten-vermijdingsangst gegroeid!!

  • De mensen die aan deze studie deelnamen, hadden

    • relatief veel last van vermoeidheid en

    • relatief weinig last van funktionele beperkingen (als gevolg van hun klachten).

    Dit bevestigt opnieuw het beeld dat het in Nijmegen-studies m.n. om "vermoeide mensen" gaat.

  • Opvallend aan alle deelnemers voorafgaande aan deze studie verder:

    • relatief weinig  last van pijn,

    • relatief weinig van depressies en

    • relatief weinig aktiviteits-vermijdingsangst.

 

 

Konklusies:

 

Wat kunnen we uit al de bovenstaande cijfers afleiden?

 

  • Meer dan de helft (52%) van de patiŽnten viel vooraf reeds af.

  • Slecht 37% van de mensen rapporteerden een (lichte of grote) verbetering door CGT.

  • Men stelt zelf dat de lichte gevallen het meest profiteren en wil zich daar voortaan op richten.

  • 63% (bijna tweederde) hadden geen verbetering of gingen er zelfs op achteruit.

  • Het feit de laatste groep achteraf op een hoop geveegd is, is methodisch onjuist!

  • Er wordt nimmer getwijfeld aan de "verkochte" therapie. Men verzint zelfs allerlei smoesjes:

    • Er werd te veel tijd besteed aan rust en ontspanning.

    • PatiŽnten hebben elkaars "slecht aangepast/dysfunktioneel gedrag" versterkt!

    • Een geschil m.b.t. op arbeidsongeschiktheiduitkeringen beÔnvloed de uitkomst negatief!

    • In de toekomst mag men zelfs niet meer in een juridische procedure betrokken zijn...

    • De gedragstherapeuten hadden te weinig ervaring en ME-patiŽnten zijn zeer lastig!

 

 


 

De resultaten van de studie uit 2005 grafisch weergegeven: