Ingezonden reaktie Maes/Twisk

n.a.v. artikel van Houdenhove

in Tijdschrift voor Psychiatrie

 

(update).

 

 

 

 


 

In het Tijdschrift voor Psychiatrie (TvP) verscheen vandaag

een ingezonden reaktie van prof. dr. Michael Maes en ondergetekende

naar aanleiding van een artikel van prof. B. van Houdenhove en dr. Cobi Heijnen (UMC),

waarin deze het "filosofische standpunt" innemen dat

psychosociale/fysieke stress een "sickness response" en "sickness behavior" veroorzaken.

 

De redaktie van TvP heeft, zonder ons daarin te kennen, eigenhandig onze tekst aangepast:

zie de verschillen tussen de publikatie en aangeleverde tekst (hieronder, oranje).

Blijkbaar achtte de redaktie het opportuun om van Houdenhove/Heijnen te hulp te schieten...

 

Dat laat onverlet dat het ťťn van de eerste keren is dat kritiek op de "vermoeidheids-en-stressdeskundigen" in een Nederlandstalig wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd wordt.

 

 

Reactie op

'Chronischevermoeidheidssyndroom: een psychoneuro-immunologisch perspectief' (1)

Tijdschrift voor Psychiatrie 51 (2009) 10, 784-786.

M. Maes, F.N.M. Twisk.

 

Voor een PDF-versie van de reaktie van Maes en Twisk

en de vrij voorspelbare reaktie daarop van van Houdenhove:

klik hier.

 

 

Chronischevermoeidheidssyndroom: een psychoneuro-immunologisch perspectief.

Tijdschrift voor Psychiatrie 2009/8 Themanummer Stress en Psychiatrie, 603-610.

B. van Houdenhove, C.J. Heijnen.

 

Voor een PDF-versie van het artikel van van Houdenhove en Heijnen: klik hier.

 

 

Blijkbaar hebben de auteurs het

oude biopsychosociale "verklaringsmodel"

(dysfunctionele gedachten, dekonditionering etc.)

ingeruild voor een nieuw "verklaringsmodel"

(stress -> uitputting HPA-as -> inflammatie),

omdat zij inzagen dat het "oude" model wetenschappelijk niet langer houdbaar is.

 

Spijtig genoeg zal het nieuwe "verklaringsmodel" de komende jaren ongetwijfeld

weer de aandacht afleiden van de biologische, onderbouwde verklaring(en) voor ME/CVS

(een dysfunctioneel afweersysteem, inflammatie, een lekke darm, oxidatieve stress etc)

en daarop gebaseerde (bio)medische behandeling van patiŽnten.

 

 


 

In hetzelfde nummer tevens een ingezonden reaktie van den Broeder en Arnoldus:

 

Reactie op

'Chronischevermoeidheidssyndroom: een psychoneuro-immunologisch perspectief' (2).

Tijdschrift voor Psychiatrie 51 (2009) 10, 786-788.

G. Den Broeder, R. Arnoldus.

 

Voor een PDF-versie van deze ingezonden reaktie: klik hier.

 

 


 

Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en psychoneuro-immunologie.

 

Geachte Redactie,

 

 

Als betrokken researcher/behandelaar, resp. patiŽnt/literatuuronderzoeker hebben wij het artikel Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS): een psychoneuro-immunologisch (PNI) perspectief in het Tijdschrift voor Psychiatrie, 51, 2009 geschreven door B. van Houdenhove en C.J. Heijnen met interesse en aandacht gelezen.

 

De strekking van hun betoog en de onderbouwing van de auteurs heeft ons doen besluiten te reageren. Het artikel is vanuit wetenschappelijk oogpunt onacceptabel, omdat de auteurs relevante literatuur uit hun betoog weglaten, een fenomeen dat wij "selectieve citatie amnesie" zouden willen noemen.

 

Het gevolg is dat de stellingname van de auteurs volledig achterhaald is en dat de lezers een verkeerd beeld krijgen van de huidige "state-of-the-art" m.b.t. myalgische encephalo-myelitis / chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/CVS), een ziekte, die volgens het Amerikaanse CDC qua ernst te vergelijken is met congestief hartfalen, MS en nierziekte in de eindfase.

 

De auteurs baseren hun betoog ten dele op onderzoek dat werd uitgevoerd op ratten (cytokine- en inflammation-induced sickness behavior) en stellen dit ontstekingsgedrag als nieuwe target voor toekomstig onderzoek m.b.t. ME/CVS.

 

Dit onderzoeksstadium is nochtans voorbijgestreefd omdat reeds veelvuldig is aangetoond dat intracellulaire ontstekingen en oxidatieve en nitrosatieve stress de hoofdrol vertolken in de pathofysiologische verklaring van de karakteristieke symptomen van ME/CVS.

 

Deze auteurs vinden het dus belangrijker om te verwijzen naar onderzoek bij ratten dan te verwijzen naar het verder gevorderd onderzoek bij patiŽnten met ME/CVS. Een samenvatting van de meest recente literatuur op PNI gebied werd recent gepubliceerd in de Current Opninion of Psychiatry (Maes, 2009).

 

Diverse onderzoekers hebben aangetoond dat de symptomen, kenmerkend voor ME/CVS, zoals pijn, "moeheid", inspanningsin≠to≠lerantie, post-exertionele malaise, verstoorde "herstelcapaciteit", gastro≠intestinale symptomen, neurocognitieve klachten, etc., grotendeels het gevolg zijn van intracellulaire inflammatie, oxidatie (schade aan vetzuursamenstelling van celmembranen, eiwitten en DNA als gevolg van oxidatieve and nitrosatieve stress), gastro-intestinale problemen (zoals "gut-derived inflammation") en autoimmuniteit ťn niet van intrapsychische conflicten of aspecifieke stress, zoals psychiaters ons zo graag willen doen geloven.

 

"Het niet vermelden van deze en andere relevante literatuur is "citatie amnesie". Immers, de consensus bekomen uit talloze PNI studies in ME/CVS patiŽnten wordt zonder inhoudelijke argumenten weggelaten uit hun overzicht, terwijl wel wordt verwezen naar PNI rattenonderzoek.

 

Bovendien wordt dit rattenonderzoek niet correct geÔnterpreteerd. Immers sinds 1993, toen het eerste artikel over de gelijkenis tussen "sickness behavior" en de psychosomatische symptomen in depressie werd gepubliceerd tot heden (referenties in Maes, 2009) is de theorie dat "sickness behavior" in ratten een model van depressie is, met als kenmerken o.a. psychomotorische retardatie, anorexie, gewichtsverlies, anergie en anhedonia.

 

Bovendien verwijzen deze auteurs niet naar de echte ME/CVS modellen in ratten, die ook gekenmerkt worden door ontstekingen en beschadigingen door oxidatieve en nitrosatieve stress (reviews: Maes, 2009; Maes en Twisk, 2009).

 

Het is ook zeer merkwaardig dat de auteurs liever Amerikaanse onderzoekers citeren dan de meer-geciteerde, Europese onderzoeksgroep, die als eerste aantoonde dat inflammatie en pro-inflammatoire cytokines een oorzakelijke rol spelen bij depressief gedrag (Maes et al., 1991). Ook dit behoort tot de citatie amnesie waar deze auteurs aan lijden.

 

Die selectieve amnesie is niet alleen wetenschappelijk onaanvaardbaar, maar is de vrijgeleide om patiŽnten met ME/CVS een biomedische diagnose en behandeling te onthouden.

 

Dit is relevant omdat een van de auteurs (B. Van Houdenhove) patiŽnten met ME/CFS behan-delt in een van de Belgische CVS Referentiecentra. PatiŽnten in die centra worden enkel en alleen "behandeld" met cognitieve gedragstherapie (CBT) en graduele inspanningstherapie (GET). Die behandeling met CBT/GET wordt nog steeds gerechtvaardigd door het psychosociale "verklaringsmodel" van ME/CVS, hoewel dit model meerdere keren ontkracht is (Twisk en Maes, 2009).

 

Blijkbaar levert het huidige artikel van van Houdenhove en Heijnen een nieuwe rechtvaar-diging om geen biologische diagnose te maken en geen biologische behandeling in te stellen, namelijk het argument dat er in hun ogen onvoldoende PNI gegevens beschikbaar zouden zijn.

 

De evaluatie van het succes van de CBT/GET aanpak door de Belgische over≠heid laat dan ook niets aan duidelijkheid te wensen over: gemeten naar objectieve maatstaven werkt die aanpak volledig averechts. De cardiopulmonaire inspanningscapaciteit verbetert niet, terwijl de arbeidsparticipatie zelfs afneemt (Twisk en Maes, 2009). Uit grootschalige onderzoeken in het Verenigd Koninkrijk, Schotland, Noorwegen en Nederland blijkt dat veel patiŽnten als gevolg van CGT/GET achteruit gaan.

 

We hebben tevens in een wetenschappelijke publicatie aan de hand van patiŽntenbespre-kingen aangetoond dat patiŽnten die behandeld worden met CBT/GET aan deze referentie-centra eigenlijk lijden aan een zwaar invalide≠ren≠de ziekte die het gevolg is van intracel-lulaire ontstekingen, oxidatieve en nitrosatieve stress, een lekke darm ("gut-derived inflam-mation") en autoimmuniteit, afwijkingen die niet worden onderzocht in deze referentiecentra (Maes and Twisk, 2009).

 

Een PNI diagnose is dan ook obligaat om de toestand van de patiŽnt met ME/CVS te omschrijven (Maes en Twisk, 2009).

 

Aangetoond is ook dat CBT/GET - de behandeling aan de CVS Referentiecentra - de toestand van de patiŽnten verslechtert met name omdat GET en lichamelijke inspanningen de ontstekingen en de oxidatieve en nitrosatieve stress verder aanzwengelen (Twisk en Maes, 2009).

 

 

Michael Maes, M.D., Ph.D.

www.michaelmaes.com

 

Frank N.M. Twisk, MBA BEd BEc,

ME-de-patiŽnten Foundation, Limmen, the Netherlands

 

 

 

Referenties.

 

  • Maes, M. (2009).
  • Inflammatory and oxidative & nitrosative stress (IO&NS) pathways underpinning chronic fatigue, somatization and psychosomatic symptoms.

    Current Opinion in Psychiatry, 22(1), 75-83.

     

  • Maes, M., & Twisk, F. (2009).
  • Chronic Fatigue Syndrome: la bÍte noire of the Belgian Health Care System.

    Neuro Endocrinology Letters. July issue.

     

  • Twisk, F. & Maes, M. (2009).
  • A review on Cognitive Behavorial Therapy (CBT) and Graded Exercise Therapy (GET) in Myalgic Encephalomyelitis (ME) / Chronic Fatigue Syndrome (CFS): CBT/GET is not only ineffective and not evidence-based, but also potentially harmful for many patients with ME/CFS.

    Neuro Endocrinology Letters. July issue.

 

 


 

Chronischevermoeidheidssyndroom: een psychoneuro-immunologisch perspectief

Tijdschrift voor Psychiatrie 2009/8, themanummer Stress en Psychiatrie, 603-610.

B. van Houdenhove, C.J. Heijnen

 

 

Dit artikel belicht

de bijdrage die de psychoneuro-immunologie kan leveren

in de zoektocht naar

de 'oorzaak' van het chronischevermoeidheidssyndroom (CVS).

 

Meerdere studies wijzen erop dat

psychosociale en fysieke stress

een belangrijke

predisponerende,

uitlokkende en/of

in stand houdende

rol kunnen spelen bij CVS.

 

Op grond hiervan

wordt recent onderzoek besproken

naar de stressgebonden pathofysiologische mechanismen van de ziekte.

 

Hoewel er sterke aanwijzingen bestaan voor

een hypofunctionele stressrespons,

een hyperactieve immuunrespons en

stoornissen in de interactie tussen beide,

zijn de bevindingen niet consistent.

 

Om de pathofysiologie van CVS verder te ontrafelen

zijn longitudinale studies nodig, en

de concepten 'sickness respons' en 'sickness behavior'

kunnen hierbij een belangrijke heuristische functie vervullen.

 

 

Trefwoorden:

Chronischevermoeidheidssyndroom, psychoneuro-immunologie, stress

 

 

 

Volledige artikel (100 kB):

http://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/zoeken/download.php?id=2821