Follow FrankTwisk on Twitter  
   

 

 

 

 

Transcriptie webcollege 6

Prof. de Meirleir

(Wetenschap voor PatiŽnten):

ME en hormonen.

 

 

 

 


 

 

De HPA-as (hypothalamus-hypofyse-bijnier) en de schildklier.

bron: http://paleopepper.com/tag/hpa-axis

 

 

 

De transcriptie van aflevering 6 verzorgd door Prof. de Meirleir

in het kader van het project Wetenschap voor PatiŽnten,

tot stand gebracht door de ME/CVS-vereniging, treft U hieronder aan.

 

 


 

Voor de video's van alle webcolleges, klik op onderstaand logo.

 

 

 


 

College 6: ME en hormonen

 

Webcollege van Prof. Dr. K. de Meirleir,

uitgezonden op 7 december 2012 .

 

 

Over hormonen in het algemeen kunnen we zeggen, dat de hormonale veranderingen bij ME patiŽnten vermoedelijk volledig secundair zijn. Dus een gevolg zijn van een onderliggend mechanisme, en niet primair aan de basis liggen.

 

Ik wil me absoluut afzetten tegen die collega's die enkel en alleen de hormonale afwijkingen behandelen. Want daarmee behandel je eigenlijk niet de grond van de zaak, en kun je ook veel schade aanrichten.

 

Dit gezegd zijnde, ligt het probleem van de hormonale afwijking waarschijn≠lijk voornamelijk centraal in wat we de hypothalamus noemen.

 

De hypothala≠mus is om verschillende redenen, zoals doorbloeding, neuro≠toxines en inflammatie, in een soort hibernation-toestand. Zoals de beer dat in de winter doet. Die schroeft ook zijn hypothalamus terug. En we weten dat de hypothalamus op verschillende wijzen verminderd actief gemaakt kan worden.

 

De vraag is, of dat een beschermingsmechanisme is of gewoon een gevolg van een aantal onderliggende mechanismen.

 

Maar als de hypothalamus niet normaal werkt, werkt de hypofyse niet normaal. Dat is de klier die onderaan de hersenen gelegen is en die hormonen aanmaakt, die een heleboel organen in het lichaam controleren. Dus we zijn op drie niveaus bezig.

 

Maar volgens mij zit het probleem voornamelijk op het eerste niveau. Omdat we, wanneer we die andere organen die hormonen produceren gaan bekijken, zien dat daar niet altijd per se problemen mee zijn.

 

Het probleem ligt voornamelijk bij de hypothalamus.

 

Ter illustratie kan ik zeggen dat er twee hormonen zijn die rechtstreeks in de hypothalamus aangemaakt worden, en die niet verderop in het lichaam worden geproduceerd.

 

De belangrijkste daarvan is ADH, het antidiuretisch hormoon, het hormoon dat noodzakelijk is om urine te concentreren. We zien dat het ADH op een bepaald moment tijdens de ziekte heel weinig actief wordt. Dat is de reden dat men 's nachts wel vier vijf keer moet opstaan om te plassen. Omdat er niet voldoende van dat hormoon aanwezig is om de urine te concentreren. PatiŽnten hebben dan ook een zeer weinig geconcentreerde urine. Normaal is de urine 's morgens vier keer geconcentreerder dan tijdens de dag, wanneer men veel drinkt. Dat is al een indirecte aanwijzing dat er een probleem is ter hoogte van de hypothalamus.

 

Ook oxytocine, het andere hormoon dat vrijgemaakt wordt door de hypothalamus, lijkt in verminderde hoeveelheid aanwezig te zijn en lijkt mede verantwoordelijk voor het gedrag dat bij sommige patiŽnten verandert. Zij zijn meer in zichzelf gekeerd, wat soms als autistisch wordt beschreven. Dat kan in verband staan met een verminderde oxytocine-productie. Er zijn nogal wat artsen die gewone neussprays voorschrijven met ADH en met oxytocine. Dat zijn zeer kleine moleculen die gemakkelijk als geneesmiddel kunnen worden toegediend. Als een spray in de neus waardoor men kan voorkomen dat men 's nachts moet opstaan om te plassen. Men geeft dus gewoon een substituut.

 

Voor de rest weten we dat er heel veel schildklierproblemen zijn bij ME-patiŽnten. Die hebben ook te maken met hypothalamische abnormaliteiten. Maar ook met de auto-immuun fenomenen die optreden bij ME-patiŽnten.

 

De bijnier maakt te weinig cortisol aan, wat wil zeggen dat we niet te maken hebben met de ziekte van Addison: een auto-immuunziekte van de bijnier zelf.

 

Maar waarschijnlijk wordt de bijnier gebrekkig gestimuleerd door de hypofyse die op zijn beurt onder controle staat van de hypothalamus.

 

En dat wordt aangetoond bij een aantal onderzoeken. Wat betreft de mannelijke en vrouwelijke hormonen, zien we ook belangrijke wijzigingen bij ME-patiŽnten. Bij de man is vaak door de tijd heen een progressieve daling van testosteron die niet overeenkomt met de veroudering, maar die veel sneller verloopt. Bij de vrouwen zien we allerlei cyclus-stoornissen ontstaan. De meest diverse, wat te maken heeft met pulsatie-veranderingen. Het hormoon in de hersenen dat verantwoordelijk is voor de controle van de menstruele cyclus heeft zijn normale pulsaties niet meer. Dat komt omdat het niet constant wordt afgegeven. Dat gaat met pulsen en wanneer er in dat pulsverloop een abnormaliteit is, zien we dat er ook inzake progesteron en oestrogeen veranderingen ontstaan tijdens de menstruele cyclus.

 

Ook inflammatie speelt daarbij een rol.

 

Heel veel van onze patiŽnten hebben een enorm PMS, premenstrueel syndroom. Dat heeft te maken met veranderingen in het prostaglandine-metabolisme.

 

En dan is er nog een bijkomende vraag waarom er meer vrouwen dan mannen zijn die aan ME lijden. In mijn ervaring is er geen geslachtsverschil, en wij hebben hier toch zeker 400 kinderen onder de leeftijd van 12 jaar.

 

De verhouding is ťťn op ťťn tot en met de leeftijd van ongeveer 12 ŗ 13 jaar. Daarna neemt dat verschil progressief toe tot ongeveer vier op een. Er verschijnen vier vrouwen op het consult tegenover een man.

 

Dat heeft vermoedelijk te maken met verschillende zaken.

 

Het immuunsysteem speelt daarin wel een belangrijke rol, omdat oestrogenen ťťn deel van het immuunsysteem verzwakken. En dat is het deel dat juist noodzakelijk is om bacteriŽn die in de cellen zitten, de zogenaamde intracellulaire bacteriŽn, onder controle te houden, om parasieten onder controle te houden en om virussen die in ons lichaam zitten, zoals herpesvirussen onder controle te houden.

 

Dat noemen we een Th1-immuniteit. Testosteron stimuleert de Th1-immuniteit. Oestrogenen zorgen er juist voor dat de Th1-immuniteit zwakker is, waardoor de T-helpers, de cellen van type 2 uiteindelijk meer prominent actief zijn. We weten dat er een duidelijk effect is op de immuniteit. Dat weet men ook buiten het onderzoek naar ME.

 

We zien dat duidelijk uit elkaar lopen, zodanig dat we voornamelijk vanaf 12-13 jaar meer en meer vrouwen zien met deze aandoening. Dus het type persoon wat we tijdens de consulten zien, is een vrouw van gemiddeld 37 jaar. Omdat in de periode tussen 12 en 50 jaar er de grootste oestrogeenactiviteit is.

 

Nog een extra argument is bijvoorbeeld de zwangerschap. Bij de zwangerschap komt er HCG vrij, een hormoon dat testosteron favoriseert. Veel vrouwen die ME hebben, voelen zich wat beter tijdens de zwangerschap, maar onmiddellijk na de zwangerschap zien we dat er een sterke terugval is.

 

En zoals bij MS (en dit is nog niet gerapporteerd maar is een observatie van ons), zien we dat er drie-zes maanden na de zwangerschap opstoten van de ziekte voorkomen. En dat zal eveneens wel multifactorieel zijn. Maar de hormonen spelen daar ook een rol in.

 

 

Verklarende woordenlijst:

 

  • HCG: hormoon dat tijdens de zwangerschap gevormd wordt in de placenta.
  • Hibernation: winterslaap
  • Hypofyse: hersenaanhangsel, verbonden met de hypothalamus.
  • Hormonale schakel tussen het centrale zenuwstelsel en de endrocriene klieren

  • Hypothalamus: belangrijk centrum van kernen in de tussenhersenen, o.a de waterhuishouding, de slaap en de lichaamstemperatuur worden vanuit hier geregeld.
  • Neurotoxine: vergif dat voornamelijk inwerkt op het zenuwstelsel
  • Oxytocine: hormoon dat in de hypofyse wordt vrijgemaakt,
  • en o.a. de contracties van de baarmoeder stimuleert en de melkproductie.

    Werkt ook in op vooral het kortetermijn-geheugen. Een neurotransmitter.

  • Prostaglandine-g: groep derivaten van essentiŽle vetzuren,
  • in het hele lichaam aanwezig, met tal van werkzaamheden.

  • Th-cellen: T helpercellen, herkennen bepaalde antigenen,
  • versterken de reactie van het immuunsysteem.

 

bron: ME/CVS vereniging